english | nederlands

RC 33 Rey van edelingen (“Wij edelingen, blij van geest”)

text source

Albert Verwey, Een inleiding tot Vondel (Amsterdam: Versluys 1893), 83-109 ♦ Dichterlijke werken van Joost van den Vondel Vol. 7 (Amsterdam: Westerman 1821), 183-260

first performance

1898-04-27 00:00:00.0 Haarlem, Sociëteit “Vereeniging”

dedicatees

recordings

  • Alphons Diepenbrock and the Golden Age Composer's Voice Classics CV 121
  • Rey van edelingen (“Wij edelingen, blij van geest”)
  • Vondel, Joost van den
  • gemengd koor en orkest
  • 1895-09-03 00:00:00.0 - 1895-09-30 00:00:00.0 | revised 1901-08-01 00:00:00.0 - 1901-08-31 00:00:00.0
  • duration 10:00

Op de laatste pagina van het manuscript waarin Diepenbrock zijn Rey van edelingen voor gemengd koor en orkest vastlegde in pianouittreksel, noteerde hij datum en plaats van ontstaan: 3-30 september 1895 te Nieuwer-Amstel. Aan de Parkweg in die gemeente (later de Amsterdamse Willemsparkweg) hadden Alphons en Elisabeth Diepenbrock-de Jong van Beek en Donk zich na hun huwelijk op 8 augustus 1895 gevestigd. Sinds aan Diepenbrock per 1 oktober 1894 eervol ontslag was toegekend als leraar in de oude talen te ’s-Hertogenbosch, kon hij zich hoofdzakelijk aan het componeren wijdden. …more >

Rey van edelingen (incipit)


Op de laatste pagina van het manuscript waarin Diepenbrock zijn Rey van edelingen voor gemengd koor en orkest vastlegde in pianouittreksel, noteerde hij datum en plaats van ontstaan: 3-30 september 1895 te Nieuwer-Amstel. Aan de Parkweg in die gemeente (later de Amsterdamse Willemsparkweg) hadden Alphons en Elisabeth Diepenbrock-de Jong van Beek en Donk zich na hun huwelijk op 8 augustus 1895 gevestigd. Sinds aan Diepenbrock per 1 oktober 1894 eervol ontslag was toegekend als leraar in de oude talen te ’s-Hertogenbosch, kon hij zich hoofdzakelijk aan het componeren wijdden.

In juni 1895 had Bernard Zweers te kennen gegeven bij directeur J.C. Tadema van De Erven F. Bohn te Haarlem een uitgave te willen bepleiten van Diepenbrocks reizangen uit Vondels Gijsbrecht van Aemstel. Daardoor aangespoord begon Diepenbrock na terugkeer van zijn huwelijksreis aan de toonzetting van de Rey van edelingen, die hij nog diezelfde maand voltooide. In november ging hij de besprekingen aan met Tadema en een half jaar later, op 13 mei 1896, verschenen de Vier Reizangen uit Gijsbrecht van Aemstel in druk. De orkestratie van de als laatste gecomponeerde rei realiseerde Diepenbrock volgens zijn datering in autograaf A-13(2) tussen 18 oktober 1895 en 24 augustus 1896. De totaal herziene partituur A-14(2) werd op 24 mei 1897 afgerond.

De Rey van edelingen is met haar 14 vijfregelige strofen de langste rei uit Vondels tragedie. De omvang van Diepenbrocks compositie is daaraan evenredig, met een uitvoeringsduur van circa 10 minuten. Waar de jonge vrouwen in de Rey van Amsterdamsche maegden (RC 31) vooral de blijdschap vertolken over de bevrijding van de stad, leggen de vrome edelen het accent op de vreugde om Jezus’ geboorte. In een veelvoud van beelden benadrukt Vondel de nederige omstandigheden waaronder de Schepper van hemel en aarde ter wereld is gekomen. Tevens is zijn boodschap dat de christelijke moraal (“de zuivre wetten”), verkondigd door eenvoudige vissers, de kracht zal breken van het Romeinse rijk. Het gaat, zo zegt de dichter in de voorlaatste strofe, om innerlijke, geestelijke adel:

De hemel heeft het kleen verkoren.
Al wie door ootmoed wordt herboren,
Die is van ’t hemelsche geslacht.

De laatste strofe, een (niet-verhoorde) bede waarin God gevraagd wordt om Herodes’ moordaanslag op de onnozele kinderen te verijdelen, is een dramaturgische verwijzing naar de ramp die zich in de volgende bedrijven zal voltrekken door list en bedrog.

Het hoofdthema, waarvan het karakter sterk wordt bepaald door de opwaartse sprong van de grote sext a1-fis2 en het telkens weer terugkeren naar de topnoot, opent ook de tweede strofe die besloten wordt met een korte instrumentale doorwerking op dat thema, uitmondend in een modulatie en een maatwisseling naar 6/4. Het volgende gedeelte is eenvoudiger van melodiek; de koorstemmen zingen er ook enige malen unisono, zoals bij de energieke zin “Hier voert de neergedaalde God / De trotsche wereld om met spot”. Met een orkestrale weergave van het hoofdthema als introductie op strofe 7 keert Diepenbrock terug naar de stemming van het begin. De tekst van de negende strofe “Augustus rijk verliest zijn eer, / De Roomsche scepter reikt niet veer” geeft Diepenbrock aanleiding tot het creëren van een contrast in klank; hij gebruikt er louter de tenoren en bassen, vierstemmig gediviseerd, in een gespierde zetting. Aan het begin van de volgende strofe komt het hoofdthema weer tevoorschijn. Tot het slot blijft het een rol spelen.

Uitvoeringen

Voor een zuivere uitvoering van de vele harmonische wisselingen en modulaties in dit stuk moeten koor en dirigent veel in huis hebben. Ook worden er op het gebied van dictie en zangtechniek hoge eisen gesteld. Daarom is het niet verwonderlijk dat de première, op 27 april 1898 in de Concertzaal der Sociëteit “Vereeniging” te Haarlem door het Toonkunst-koor van die stad onder leiding van Willem Robert (1848-1914), voor de componist teleurstellend verliep. Gedeeltelijk rekende hij het resultaat zichzelf aan. Om die reden herzag hij – net zoals hij dat met de Rey van Amsterdamsche maegden en de Rey van clarissen (RC 30) deed – de partituur van 1897. In dat exemplaar bracht hij in november 1900 wijzigingen aan ten behoeve van de uitvoering door het Toonkunst-koor van Leiden onder leiding van Daniël de Lange (1841-1918) op 6 december van dat jaar; in augustus 1901 vervaardigde hij een compleet nieuw netschrift.

Uit die partituur heeft George Rijken (1863-1948) gedirigeerd bij de uitvoering die hij op 19 november 1901 gaf met zijn Gemengd Koor en het Utrechtsch Stedelijk Orkest in de Rotterdamse Doelenzaal. Daar ging ook de Rey van Amsterdamsche maegden in de nieuwe orkestratie. Ondanks de zorgvuldige voorbereiding met het orkest (Diepenbrock was opgetogen toen hij een repetitie leidde – zie RC 31) en de inzet van een solistenkwartet (Alida Oldenboom, Lucie Coenen, Johan Rogmans en Johannes Messchaert) voor twee passages in de Rey van edelingen, viel ook deze uitvoering tegen. Tegenover Charles Smulders analyseerde Diepenbrock waar het aan schortte:

Het koor zong correct en duidelijk maar zonder eenige poëzie. De dirigent bleek ondanks al zijn enthousiasme den eigenlijken aard van het werk toch niet te vatten. Daarbij een orkest (het Utrechtsche), technisch zeer voldoende maar zonder eenig begrip van melodische plastiek, gewoon alles op dezelfde coulante manier “herunter zu spielen”. […] Natuurlijk was er van een hoogere samenwerking van koor en orkest geen kwestie, zoodat er van het orkest veel verloren ging. (BD III:333-334)

Desondanks uitte NRC-recensent W.N.F. Sibmacher Zijnen lovende woorden:

Hoe heeft de triomfzang der Amsterdamsche Maegden, zoo flink en frisch gezongen, allen geboeid –, en de Edelingen-rey, hoe breed en statig golfde zij met ’n rijkdom van uitdrukking, met volheid van sentiment, zoodat er ontroering in ons trilde over de heerlijkheid van de muziek in Vondel’s woorden en van de taal-klank en taal-rhythmus in Diepenbrock’s muziek. (BD III:618)

Ton Braas



Wij edelingen, blij van geest,
Ter kerke gaan op ‘t hoogste feest
Den eerst geboornen Heiland groeten,
En knielen voor de kleene voeten
Van ’t Kind, waarvoor Herodes vreest:

Het Kind waarvoor een star verrijst,
Die wijzen met haar stralen wijst
De donkre plaats van zijn geboorte,
En leidt hen binnen Davids poorte,
Daar d’allerhoogste ’t laagste prijst.

Het Oosten offert wierook, goud
En bittre myrrh’ de gaav’ ontvouwt
’s Kinds Godheid, priesterdom vol waarde,
En zijne sterflijkheid op aarde.
Hier ligt hij die ’t al heeft gebouwd.

’t Gevogelt dat op wieken zweeft,
Zijn nest, de vos zijn holen heeft,
En woont op bergen en in boschen:
Een stal van ezelen en ossen
Den Schepper nauwlijks herberg geeft.

De kribbe Hem een wieg verstrect,
Die ’t aardrijk met den hemel dekt,
En ellek dier bestelt zijn voeder.
O Kind, gij zijt gelijk uw moeder
Door pracht noch hoovaardij bevlekt.

Hier voert de neergedaalde God
De trotsche waereld om met spot
In zijn triomf ten smaed der hoven.
Het need’rig harte voert hij boven
Met hem in ’t hoog gebouwde slot.

Hier schuilt dat god’lijk aangezicht,
Waaruit de zonne schept haar licht,
En alle starren glans en luister.
Hier ligt Hij zonder glans in ’t duister,
Die englen tot zijn dienst verplicht.

Des hemels reyen wiegen hem
In slaap met hunne zoete stem,
Die nooit van vaeck en was beschoten,
En wekt het hoofd van alle grooten,
In ’t koninklijk Jerusalem.

Augustus’ rijk verliest zijn eer,
De Roomsche scepter reikt niet veer,
Het Oost versmaadt Latijnsche namen.
Maar dees beheerscht het al te samen,
Ook waar de zonne neemt haar keer.

De hemel, ’t aerdrijck en de hel
Scherp luisteren naar zijn bevel,
En sidd’ren voor de zuivre wetten,
Die hij door vissers laat trompetten,
En blazen over duin en del.

De doeken waar dit Kind in leit
Is ’t purper van zijn majesteit,
Waar in de herders Hem aanschouwen,
Die God de zielen komt vertrouwen;
Gelijk van ouds was toegezeid:

Dat God zijn kudde weiden zal,
En hoên voor ramp en ongeval,
En naar ’t afgedwaalde vragen,
Dat schaap op zijne schouders dragen
Met vreugd bij ’t overig getal.

Hier is de wijsheid ongeacht.
Hier geldt geen adel, staat noch pracht.
De Hemel heeft het kleen verkoren.
Al wie door ootmoed wordt herboren,
Die is van ’t hemelsche geslacht.

Gij die der vorsten harten leidt
Gelijk een beek en schift en scheidt
Het licht van dikke duisternissen;
Laat den tyran zijn aanslag missen,
Die den onnoozlen lagen leit!


  • A-12(2) Rey van edelingen, vocal score

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15
    • 16
    • 17
    • 18
    • 19
    • 20
    • 21
    • 22
    • 23
    • 24
    • 25
    • 26
    • 27

    vocal score A-12(2) dated on the first page Sept 1895 and on the last page 3-30 Sept. 95 Nieuwer-Amstel

    • 1895-09-03 00:00:00.0 – 1895-09-30 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 27
  • A-13(2) Rey van edelingen

    A-13(2) dated on the first page Sept 1895 and on the last page 18 Oct 1895. / 24 Aug 1896

    • 1895-10-18 00:00:00.0 – 1896-08-24 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-14(2) Rey van edelingen

    A-14(2) dated on the first page Sept – Oct 1895 and on the last page Amsterdam / 18 Oct 95 / 24 Aug 96 / 24 Mei 97 / Nov 1900

    • 1895-10-18 00:00:00.0 – 1900-11-30 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-15(2) Rey van edelingen

    semi-autograph A-15(2)

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-16(2) Rey van edelingen

    A-16(2) dated on the last page 27 Aug 1901

    • 1901-08-27 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-17(2) Rey van edelingen

    semi-autograph A-17(2)

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Alphons Diepenbrock and the Golden Age

    cd Composer's Voice Classics CV 121
    Radio Symfonie Orkest ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Westbroek, Eva-Maria ♦ Roodveldt, Maja ♦ Holboorn, Sophie ♦ Hameleers, Frank ♦ Heijnsbergen, Henk van

    Tracks: 1 = RC 31; 2 = RC 33; 3 = RC 30; 4 = RC 28; 5-7 = RC 70

6 dec 1900: Uitvoering van de Rey van edelingen en de Rey van burchtsaeten door de afd. Leiden van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst onder leiding van Daniël de Lange met medewerking van Marie van Rosendael (sopraan), Julia Culp (alt), Jacq. van Kempen (tenor) en Joh. Oostveen (bas). Het programma bestaat overigens uit de Graner Messe van Liszt.

Een paar jaar geleden zijn door de Haarlemsche afdeeling de Rey van Amsterdamsche maegden, de Rey van clarissen en de Rey van edelingen gezongen, thans de Rey van edelingen (vierstemmig gemengd koor en orkest) en de Rey van burchtsaeten (vierstemmig gemengd koor a cappella). Evenmin als te Haarlem heeft de uitvoering dezer hóoge eischen stellende koorwerken nu te Leiden aan onze verwachting beantwoord. Evenals daar is deze fijn geweefde kunst ietwat grof behandeld. Het Leidsche koor zingt zeker intelligenter en beschaafder dan het Haarlemsche toen gedaan heeft, maar we zouden ons tot den heer Dan. de Lange willen richten met de vraag of hij voor die Rey van edelingen wel veel voelt, er wel veel sympathie voor heeft, wat toch wel noodig zou zijn om ook het koor te vervullen van gloed voor de schoonheid van dit werk. Dit was inderdaad een te koele, we zeiden haast te slappe, directie, te weinig blijk gevend van door-dringen, van in-leven. En de Rey van burchtsaeten “Waar werd oprechter trouw” a cappella – 'n gevaarlijke, door dit koor zeker gretig aanvaarde taak – zou ongetwijfeld inniger hebben geroerd, als met zuiverder nuanceering ware gezongen, zou harmonischer indruk gelaten hebben, als... een ander solo-quartet voor dit concert ware uitgenoodigd. — Voor de Rey van Diepenbrock en voor de Graner Messe had men de hulp moeten vragen van onze meest ervaren, onze beste zangeressen en zangers, en niet mogen volstaan met de min of meer geslaagde pogingen van vier zeker goed willende beginnelingen, wier brevet “van het Conservatorium te Amsterdam” niet bij machte bleek om reeds dezen last met succes te dragen.

Nieuwe Rotterdamsche Courant ([W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 7 december 1900

pdf All reviews for RC 33 Rey van edelingen (“Wij edelingen, blij van geest”)