english | nederlands

RC 32 La chanson de l’hypertrophique (“C’est d’un’ maladie de coeur”)

text source

Jules Laforgue, La chanson du petit hypertrophique, in La Revue blanche Vol. 5/8 (1 August 1895), 117-118

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 6 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 11010697
  • La chanson de l’hypertrophique De Kroniek 7697148 1895-08-25 00:00:00.0

  • La chanson de l’hypertrophique (“C’est d’un’ maladie de coeur”)
  • Laforgue, Jules
  • middenstem en piano
  • 1895-08-22 00:00:00.0
  • duration 3:30

In La chanson du petit hypertrophique van Jules Laforgue (1860-1887) wordt een ziekelijk dikke jongen geportretteerd, met een geel gezicht en een wankele tred – mikpunt van spot op straat. Hij is heimelijk verliefd op de kleine Geneviėve, maar realiseert zich dat hij, net als zijn moeder, jong zal sterven. In het bonzen van zijn hart hoort hij haar stem die hem roept. Diepenbrock las de wrange tekst in De Kroniek van 18 augustus1895, in een artikel naar aanleiding van de publicatie in La Revue blanche van enige brieven en onbekende werken van de symbolistische dichter. Diepenbrock had grote bewondering voor Laforgue, de peinzende Hamlet op zoek naar het criterium der menschelijke zekerheid.1 (VG:65) Zijn toonzetting van het gedicht, gedateerd 22 augustus 1895, verscheen als een bijlage bij de Kroniek-aflevering van 25 augustus. …more >

Chanson de l'hypertrophique (incipit)


In La chanson du petit hypertrophique van Jules Laforgue (1860-1887) wordt een ziekelijk dikke jongen geportretteerd, met een geel gezicht en een wankele tred – mikpunt van spot op straat. Hij is heimelijk verliefd op de kleine Geneviėve, maar realiseert zich dat hij, net als zijn moeder, jong zal sterven. In het bonzen van zijn hart hoort hij haar stem die hem roept. Diepenbrock las de wrange tekst in De Kroniek van 18 augustus1895, in een artikel naar aanleiding van de publicatie in La Revue blanche van enige brieven en onbekende werken van de symbolistische dichter. Diepenbrock had grote bewondering voor Laforgue, de peinzende Hamlet op zoek naar het criterium der menschelijke zekerheid.1 (VG:65) Zijn toonzetting van het gedicht, gedateerd 22 augustus 1895, verscheen als een bijlage bij de Kroniek-aflevering van 25 augustus.

Het strofische lied met een eenvoudige begeleiding die samenhangt met het volkse karakter van de tekst, is uniek te midden van Diepenbrocks composities uit zijn vroege periode. Hem stond een vertolking voor ogen in de stijl van de beroemde chansonnière Yvette Guilbert, die hij tijdens een bezoek aan Parijs in 1891 had gehoord. Hij schreef:

Het moet niet gezongen worden. Het is meer een luguber café-chantant liedje, de woorden zijn erg aangrijpend. De muziek is niets, er is zoo min mogelijk muziek in, dat was het moeilijke ervan. (BD III:192)

Ton Braas

1 Deze kenschets van Laforgue komt uit Diepenbrocks artikel ‘Schemeringen’, verschenen in De Nieuwe Gids van augustus1893.

 



C’est d’un’ maladie d’ coeur
Qu’est mort’, m’a dit l’ docteur,
Tir-lan-laire!
Ma pauv’ mère ;
Et que j’irai là-bas,
Fair’ dodo z’avec elle.
J’entends mon cœur qui bat,
C’est maman qui m’appelle!

On rit d’ moi dans les rues,
De mes min’s incongrues
La-i-tou!
D’enfant saoul ;
Ah! Dieu! C’est qu’à chaqu’ pas
J’étouff’, moi, je chancelle!
J’entends mon cœur qui bat,
C’est maman qui m’appelle!

Aussi j’ vais par les champs
Sangloter aux couchants,
La-ri-rette!
C’est bien bête.
Mais le soleil, j’ sais pas,
M’ semble un coeur qui ruisselle!
J’entends mon coeur qui bat,
C’est maman qui m’appelle!

Ah! si la p’tit’ Gen’viève
Voulait d’ mon coeur qui s’ crève.
Pi-lou-i!
Ah, oui!
J’ suis jaune et triste, hélas!
Elle est ros’, gaie et belle!
J’entends mon cœur qui bat,
C’est maman qui m’appelle!

Non, tout l’ monde est méchant,
Hors le coeur des couchants,
Tir-lan-laire!
Et ma mère,
Et j’ veux aller là-bas
Fair’ dodo z’avec elle...
Mon coeur bat, bat, bat, bat...
Dis, Maman, tu m’appelles?


  • SL-13

    notebook Ancient Greek grammar (Grieksche Grammatica), 24-27

    • pages: unknown

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 6

    1998 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Braas, Ton
  • La chanson de l’hypertrophique

    1895-08-25 00:00:00.0 De Kroniek

25 aug 1895 La chanson de l'hypertrophique verschijnt in druk als bijvoegsel van De Kroniek (jrg. I no. 35).

De Kroniek van deze week heeft als Bijvoegsel een Liedje uit de Re­vue Blanche van Augustus, la Chanson de l'Hypertrophique, van den dikken jongen, spot der straat, met zijn geel gezicht, zijn wankelenden gang... stil verliefd op de kleine Geneviève ... vroeg bestemd voor het graf waar zijn moeder hem roept... Een brok ordinair straat-leven, een stuk menschen-smart, door Jules Laforgue in woorden, door Alphons Diepenbrock in toon gezet, met véél gevoel voor het fijn uitdrukken, voor wat zoo gewoon is en toch zoo droef.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 27 augustus 1895

pdf All reviews for RC 32 La chanson de l’hypertrophique (“C’est d’un’ maladie de coeur”)