english | nederlands

RC 17* Mignons Verklärung (“So laßt mich scheinen, bis ich werde”)

unfinished work

text source

Goethe’s Gedichte Vol. I (Stuttgart: J.G. Cotta 1868), 94

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 14 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 11052130

  • Mignons Verklärung (“So laßt mich scheinen, bis ich werde”)
  • Goethe, Johann Wolfgang von
  • zangstem en piano
  • 1886-07-01 00:00:00.0 - 1886-07-31 00:00:00.0
  • duration 3:00

In de zomer van 1886, twee jaar nadat Diepenbrock Goethes bekende gedicht Mignon had gecomponeerd (RC 12), nam hij een ander gedicht uit Wilhelm Meisters Lehrjahre ter hand: het veel minder vaak op muziek gezette Mignons Verklärung. Dit lied is niet voltooid. Uit de enige autograaf die is overgeleverd, blijkt dat het compositieproces problematisch was en dat Diepenbrock er, ondanks latere revisies, niet in slaagde een resultaat te bereiken dat bevredigend genoeg was om te worden uitgevoerd. Het lied is in 2001 uitgegeven in de Appendix van de Complete Songs for Solo Voice and Piano. …more >

Mignons Verklärung (incipit)


In de zomer van 1886, twee jaar nadat Diepenbrock Goethes bekende gedicht Mignon had gecomponeerd (RC 12), nam hij een ander gedicht uit Wilhelm Meisters Lehrjahre ter hand: het veel minder vaak op muziek gezette Mignons Verklärung. Dit lied is niet voltooid. Uit de enige autograaf die is overgeleverd, blijkt dat het compositieproces problematisch was en dat Diepenbrock er, ondanks latere revisies, niet in slaagde een resultaat te bereiken dat bevredigend genoeg was om te worden uitgevoerd. Het lied is in 2001 uitgegeven in de Appendix van de Complete Songs for Solo Voice and Piano.

De gedichten Mignon en Mignons Verklärung zijn door Goethe in de mond van dezelfde persoon gelegd. Diepenbrock heeft boven de partituur van Mignons Verklärung een uitspraak geciteerd van Adolphe Julien: “Mignon, avec les ailes des anges, a pris aussi leur nature éthérée, leur voix séraphiques.”1 Wanneer Mignon in Goethes roman dit lied aanheft, doet zij dat verkleed als een engel, aldus haar voorgevoelen over haar naderende dood tot uiting brengend. Evenals in het gedicht Mignon is hier sprake van Sehnsucht – niet langer echter naar het aardse paradijs, maar naar het hemelse.

Ondanks de rudimentaire staat waarin dit lied is overgeleverd, bevat het interessante aspecten die typerend zijn voor Diepenbrocks vroege stijlperiode. Met de eenvoudige, strofische opzet van het lied en de grotendeels diatonisch verlopende zangstem wordt recht gedaan aan een belangrijk facet van Mignons karakter: haar kinderlijke onschuld.2 Maar, zo blijkt uit Diepenbrocks herhaaldelijke pogingen tot revisie, Mignons voorgevoel van de dood was voor hem moeilijk te verklanken. Om de mengeling van gevoelens uit te drukken heeft hij opnieuw het halfverminderde septiemakkoord toegepast dat ook in zijn zetting van Mignon als tekstillustrerend element een grote rol speelt. Het hoge register van de begeleiding verwijst naar de etherische sfeer van Mignons Verklärung. Duidelijk is dat Diepenbrocks naderhand aangebrachte wijzigingen, in harmonie, melodie of ritme, primair dienden om de relatie tekst-muziek te vervolmaken. De extra dimensie die het woord “himmlische” (eerste regel van het derde couplet) in een latere schets heeft gekregen – een over de maat heen zwevende zanglijn, vrij van het maataccent – is daarvan een goed voorbeeld.

Désirée Staverman

1 A. Julien, Goethe et la musique (Paris 1880), 275.

2 Zie ook F. Walker, Hugo Wolf (Graz 1953), 293.

 



So laßt mich scheinen, bis ich werde;
Zieht mir das weiße Kleid nicht aus!
Ich eile von der schönen Erde
Hinab in jenes feste Haus.

Dort ruh ich eine kleine Stille,
Dann öffnet sich der frische Blick;
Ich lasse dann die reine Hülle,
Den Gürtel und den Kranz zurück.

Und jene himmlischen Gestalten
Sie fragen nicht nach Mann und Weib,
Und keine Kleider, keine Falten
Umgeben den verklärten Leib.

Zwar lebt ich ohne Sorg und Mühe,
Doch fühlt ich tiefen Schmerz genung.
Vor Kummer altert ich zu frühe;
Macht mich auf ewig wieder jung!


  • A-6(5)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5

    A-6(5) dated on the first page 1 Juli 1886

    • 1886-07-01 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 5

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 14

    2001 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds