english | nederlands

RC 13 Avondzang (“Het zuidewindje suist”)

text source

Gedichten van Jacques Perk. Met voorrede van Mr. C. Vosmaer en inleiding van Willem Kloos (Sneek: H. Pijttersen Tz 1882), 77

first performance

1906-06-26 00:00:00.0 Frankfurt, Loge Carl

dedicatees

recordings

  • Anniversary Edition 6 Et'cetera KTC 1435 CD6

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 1 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 15610752
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I
  • Vier Sonetten Noske, A.A. 3406067

  • Avondzang (“Het zuidewindje suist”)
  • Perk, Jacques
  • tenor and piano
  • 1885-04-01 00:00:00.0 - 1885-04-30 00:00:00.0 | revised 1896-03-01 00:00:00.0 - 1896-03-31 00:00:00.0
  • duration 3:15

The poetry of Jacques Perk (1859-1881), whose oeuvre was published by Willem Kloos a year after his untimely death, was of great importance for Diepenbrock as a composer. In 1910 he wrote in a retrospective: …more >

Evening Song (incipit)


The poetry of Jacques Perk (1859-1881), whose oeuvre was published by Willem Kloos a year after his untimely death, was of great importance for Diepenbrock as a composer. In 1910 he wrote in a retrospective:

In Perk’s sonnets I saw that the Dutch language could compete with the French and the German not only in plasticity but also in musicality, and that they could be set to music and sung just as well as the sonnets by Dante, Petrarca and Goethe. (VG:334)1

Nevertheless, only two poems by Perks were set to music by Diepenbrock: Avondzang (Evening Song, 1885) and Zij sluimert (She Slumbers, RC 51, 1900).

Diepenbrock’s surviving correspondence contains no information about or references to the genesis of Avondzang; there is no documentation on the revision of March 1896 either. The intimate, dreamlike atmosphere of the sonorous poem (for the most part Perk used voiced consonants) about a peaceful encounter with a lover, would have appealed to him.

The setup of the song is simpler than that of Diepenbrock’s other early songs for tenor: a lyrical melody (never louder than a brief two-measure mf) in the voice in quiet 12/8 time above a harmonically rich piano part, which occasionally presents a countermelody.

In 1905 Avondzang was published by A.A. Noske together with nine other songs. When correcting the proofs, Diepenbrock received a lot of help from Johanna Jongkindt (1882-1945), who carefully went through the piano parts. Of all the songs in this edition, the composer chose to dedicate Avondzang to her, because of the text, which contains an indirect declaration of love. (BD VIII:356) In the edition a German translation has been printed beneath the Dutch text. This translation by F. du Pré (trombonist in the Concertgebouw Orchestra who also frequently worked as a copyist) was authorised by Diepenbrock.

Even though the song was available in print and had been premiered in Germany, curiously, Diepenbrock never heard it performed, not even in the orchestration of 1903 (RC 59). He considered its quality to be inferior to that of Zij sluimert. Nevertheless, he considered Avondzang music of which nobody can tell how it will sound and what incredible passion it can convey when sung by a true singer, such as Urlus. (BD VIII:356)

Through mediation of the writer H.J. (Hein) Boeken, an Italian translation was made in 1917 by Pietro Mariatti (1877-after 1926), a linguist who resided in the Netherlands during the First World War.

Ton Braas

1 Diepenbrock made this statement in a draft version of his contribution ‘To Willem Kloos’ for the Gedenkboek 1885 – 1 October – 1910 (Chronicles 1885 - 1 October - 1910) of De Nieuwe Gids; see VG:332-338 and 408 (footnote to no. 56).

 



Avondzang

Het zuidewindje suist door zwarte twijgen,
En kust het slapend dons der zangers teeder, –
De zilvren boomen wiegen heen en weder,
En doen hun schaduw met hen mede nijgen, –

Een stille zwoelte komt uit de akkers stijgen,
Een koele stilte daalt op donzen veder,
De zilvren nachtzon sprenkelt droomen neder,
En lacht van liefde in eeuwig lachend zwijgen:

Mathilde, sluimer! Zomernacht doet droomen,
En zomerdroomen zijn van manestralen,
En manestralen zijn als liefdestroomen:

De liefde doen zij uit den hemel dalen,
En dalen in de ziel, die zij vervromen:
Is de liefde dwaling, kan men zoeter dwalen...?

 

 


  • A-41(1) Avondzang (“Het zuidewindje suist”)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4

    A-41(1) dated on the first page April 1885 and on the last page 9 April 1885 / 4 Maart 1896

    • 1885-04-09 00:00:00.0 – 1896-03-04 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 4
  • A-80(5)

    semi-autograph A-80(5) with dedication on the first page Aan Mej. Johanna Jongkindt

    • dedication: Aan Mej. Johanna Jongkindt
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-99(1) Avondzang (“Het zuidewindje suist”)

    semi-autograph A-94(1) dated on the last page April 1885 / Maart 1896

    • 1885-04-01 00:00:00.0 – 1896-03-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 6

    cd Et'cetera KTC 1435 CD6
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Ameling, Elly ♦ Meer, Richte van der ♦ Baldwin, Dalton

    Tracks: 1 = RC 79; 2 = RC 68; 3 = RC 117; 4 = 97; 5 = RC 132; 6 = RC 104; 7 = RC 111; 8 = RC 43; 9 = RC 99; 10 = RC 138; 11 = RC 137; 12 = RC 4; 13 = RC 15; 14 = RC 14; 15 = RC 13; 16 = RC 51

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 1

    1993 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Krouwel, Dinant
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

    1951 Reeser, Eduard
  • Vier Sonetten

    1905 Noske, A.A.

6 okt 1905: De uitgever A.A. Noske te Middelburg laat de volgende werken van Diepenbrock in druk verschijnen: de Hymne voor viool en piano (RC 44) en de liederen De klare dag (RC 4), Avondzang (RC 13), Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (RC 41), Zij sluimert (RC 51), Kann ich im Busen heisse Wünsche trage (RC 55), Die Liebende schreibt (RC 20), Hinüber wall' ich (RC 37), Lied der Spinnerin (RC 42), Es war ein alter König (RC 25), Clair de lune (RC 43), Écoutez la chanson bien douce (RC 40).

Nu we hier nog onder den indruk zijn van de uitvoeringen van Diepenbrock's Te Deum, onder de uitnemende leiding van Verhey, door den componist zelf geprezen, is het oogenblik
uitermate geschikt om melding te maken van de liederen van Diepenbrock, die, dank zij de zorgen van de heer Noske, onlangs het licht zagen. 't Zijn er niet minder dan elf, gecomponeerd tusschen de jaren 1884 en 1902, en daarvan hebben wij er eenige reeds in de concertzaal hooren zingen: hoe gelukkig zijn we nu in het bezit!

— Deze zangen verdienen rustig en bij herhaling beschouwd en gehoord te worden, opdat men ze in hun volle, rijke beteekenis waardeeren zal. Dan ziet men eerst recht goed in, hoe Diepenbrock, naar Hol's zoo juiste opmerking, tot het innerlijk sentiment, tot de latente muziek van het gedicht doordrong en hieraan vasten, muzikalen vorm gaf. Dan begrijpen we dat de componist zelf in zeer nauwe betrekking tot den dichter moet staan, om zoó innig zijn denken en voelen in zang met klavierstem te doen leven. Want zelden of nooit gaf hij muziek bij de woorden van het gedicht, maar altijd deed hij haar leiden door, voortkomen uit, steun en verklaring en verdieping geven aan de melodie der taal.

— Dicht onzer eigen poëeten: Jacques Perk, Van Deyssel, Van Eeden; dicht van Goethe en Heine, Novalis en Brentano; poëzie van Paul Verlaine. [...] De stemming van het sonnet, is die niet tot in bijzonderheden, zonder dat de hoofdgedachte 'n oogenblik uit de ziel van den hoorder gaat, getroffen? Drie sonnetten zijn geschreven voor tenor-stem: De klare dag van Van Eeden, uit Perk's Mathilde: Avondzang en Zij sluimert, en ook zij boeien ons door de uiterst fijne opvatting, de overtuigende declamatie der zangstem met en door de schilderende, typeerende klavierstem heen, ook door de zoo veelzeggende voor- en naspelen. Er moet een artiest aan de piano zitten, die de polyphonie klaar en heerlijk weet te doen spreken, die de kunst van zeer zacht, ingehouden klankenspel en zorgzaam uit te voeren rubato volkomen meester is [...]. Doch we willen nog eens, in de algemeenheid dezer aankondiging blijvend, dat woord “geestdrift” herhalen, en duidelijk zeggen hoe de liederen – gelijk het Te Deum dat nog naklinkt hier in onze stad – bezield zijn door innerlijken gloed, gelijk ze ontstonden uit 'n meesterlijk beheerschen van den muzikalen vorm.

— Dankbaar moeten we zijn dat Diepenbrock's zangen, door deze uitgaaf, nu in hun zeer bijzondere waarde en al hun schoonheid kunnen gekend worden; gekend in steeds zich verwijdende kringen van zingenden die tot zijn melodieën worden aangetrokken; gekend door de velen die in zijn Kunstwerk vonden en zoeken zeer zuivere muzikaal-literaire, literair-muzikale sensaties, – de vreugde van exquis genot.

 

Nieuwe Rotterdamsche Courant ([W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 6 december 1905

pdf All reviews for RC 13 Avondzang (“Het zuidewindje suist”)