english | nederlands

RC 75 Lied der Spinnerin (“Es sang vor langen Jahren”)

text source

Ausgewählte Schriften von Clemens Brentano. I. Aus der Chronika eines fahrenden Schülers (Einsiedeln/Waldschut: Benziger s.d.), 22-23

first performance

1906-11-22 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw

publications

  • Drei Lieder für eine Sopranstimme und Orchester Donemus/ADF 25814820

  • Lied der Spinnerin (“Es sang vor langen Jahren”)
  • Brentano, Clemens
  • soprano and orchestra
  • 1906-11-03 00:00:00.0 - 1906-11-06 00:00:00.0
  • duration ca. 4:30

In October 1906 Diepenbrock accompanied the soprano Aaltje Noordewier-Redingius when she was rehearsing the final scene of Wagner’s Götterdämmerung. When the singer decided not yet to try her hand at the demanding part of Brünnhilde (BD V:229), Diepenbrock orchestrated several of his songs for her, so she could sing them at two concerts with the Concertgebouw Orchestra conducted by Willem Mengelberg, which were scheduled for November that year. Besides Wenn ich Ihn nur habe (If Only I Have Him, RC 45/72) – one of the Geistliche Lieder (Sacred Songs) for soprano and organ on texts by Novalis written in November and December 1898 – Diepenbrock orchestrated two other songs from the same period: Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (I Am No Longer Alone in Solitude, RC 41/73) and Lied der Spinnerin (Song of the Spinner, RC 42). …more >

Lied der Spinnerin (incipit)


In October 1906 Diepenbrock accompanied the soprano Aaltje Noordewier-Redingius when she was rehearsing the final scene of Wagner’s Götterdämmerung. When the singer decided not yet to try her hand at the demanding part of Brünnhilde (BD V:229), Diepenbrock orchestrated several of his songs for her, so she could sing them at two concerts with the Concertgebouw Orchestra conducted by Willem Mengelberg, which were scheduled for November that year. Besides Wenn ich Ihn nur habe (If Only I Have Him, RC 45/72) – one of the Geistliche Lieder (Sacred Songs) for soprano and organ on texts by Novalis written in November and December 1898 – Diepenbrock orchestrated two other songs from the same period: Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (I Am No Longer Alone in Solitude, RC 41/73) and Lied der Spinnerin (Song of the Spinner, RC 42).

Diepenbrock chose to orchestrate this work (3-6 November 1906) for a small ensemble of horn and strings without cellos and double basses. Most likely this choice was based on ideas he had at the time the song was conceived (April 1898), as the comment “Streichquartett” (String Quartet) was written on one of the autographs of the piano version of this song (see RC 42).

The orchestration of the Lied der Spinnerin is characterised by simplicity. The sound of the strings, with divided violin parts and no cellos and basses, underlines the text inexplicitly, con sordino and pp almost throughout. The programme notes – most likely written by Diepenbrock himself – comment:

The violin and viola accompaniment con sordino depicts the quivering rays of moonlight, in which the spinner sings her song. Every now and then a single horn (natural or stopped horn) plays long notes. (BD V:702)

At the concert of 22 November 1906 Aaltje Noordewier also sang another Dutch song, Zij sluimert (She Slumbers, RC 51/60), which had been orchestrated six years earlier. Although in her diary Elisabeth Diepenbrock calls the performance of the Lied der Spinnerin a fiasco and a huge disappointment (BD V:267), due to the tempo in which Mengelberg started off the Spinnerin, there was also positive response. For example, Diepenbrock’s friend Hondius van den Broek was full of admiration for the orchestration: It sounds exceptionally fine, the horn and the violins. (BD V:268)

Désirée Staverman

 



Es sang vor langen Jahren
Wohl auch die Nachtigall!
Das war wohl süßer Schall,
Da wir zusammen waren.

Ich sing' und kann nicht weinen,
Und spinne so allein,
Den Faden klar und rein
So lang' der Mond wird scheinen.

Als wir zusammen waren,
Da sang die Nachtigall;
Nun mahnet mich ihr Schall,
Daß du von mir gefahren.

So oft der Mond mag scheinen,
Denk ich wohl dein allein.
Mein Herz ist klar und rein –
Gott wolle uns vereinen.

Seit du von mir gefahren,
Singt stets die Nachtigall;
Ich denk bei ihren Schall,
Wie wir zusammen waren.

Gott wolle uns vereinen!
Hier spinn ich so allein.
Der Mond scheint klar und rein;
Ich sing und möchte weinen.

Many years ago there sang
The nightingale, to be sure!
That must have been a sweet sound
When we were together.

I sing and cannot weep,
And spin alone
The thread so clear and pure
As long as the moon shall shine.

When we were together
The nightingale sang;
Now her sound reminds me
That you have gone away from me.

Whenever the moon shines,
I think only of you.
My heart is serene and pure –
May God unite us.

Since you went away from me,
The nightingale is always singing;
When I hear it I remember
How we used to be together.

May God unite us!
I spin all alone here
The moon shines so clearly and purely;
I sing and want to weep.

 


  • A-58(3) Lied der Spinnerin (“Es sang vor langen Jahren”)

    A-58(3) dated on the last page 3-6 Nov. 1906 and with dedication on the title page Aan Aaltje Noordewier-Reddingius

    • 1906-11-03 00:00:00.0 – 1906-11-06 00:00:00.0
    • dedication: Aan Aaltje Noordewier-Reddingius
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-59(2) copy Lied der Spinnerin (“Es sang vor langen Jahren”)

    copy A-59(2) dated on the last page 3-6 November 1906

    • 1906-11-03 00:00:00.0 – 1906-11-06 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • Drei Lieder für eine Sopranstimme und Orchester

    1954 Donemus/ADF

22 nov 1906: Tweede van twee concerten met werken van Diepenbrock gezongen door Aaltje Noordewier-Reddingius met het Concertgebouw-Orkest onder leiding van Willem Mengelberg in het Concertgebouw te Amsterdam. Op 21 november is de première geweest van de Zwei geistliche Lieder voor sopraan en orkest: Wenn ich ihn nur habe (RC 72) en Wenige wissen das Geheimnis der Liebe (RC 58). Op 22 november vindt de eerste uitvoering plaats van de georkestreerde versies van het Lied der Spinnerin, Zij sluimert (RC 60) en Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (RC 73). Voorts bestaat het programma uit de inleiding tot de derde acte van Lohengrin, twee aria's uit Händel's Samson, de ouverture Alceste van Gluck, het Larghetto uit het klarinetkwintet van Mozart, en na de pauze de Zesde symfonie van Beethoven.

Boven de zangteksten zijn ongesigneerde toelichtingen afgedrukt, kennelijk van de hand van Diepenbrock. De tekst over dit lied luidt:

Het gedicht is ontleend aan eene novelle van den Duitschen romantiker Clemens Brentano, en is zeer dikwijls gecomponeerd. — Het lied is op twee thema's gebouwd, met strophische herhalingen, bij wijze van een volkslied. De begeleiding der Violen en Alten con sordini schildert het trillen der manestralen, waarbij de spinster spint en haar lied zingt. Een enkele hoorn (Natuur- of Stophoorn) geeft nu en dan lange tonen. De hoorn is hier bedoeld zooals Gevaert het uitdrukt: “comme une voix tout idéale, qui se fait entendre a travers le temps et l'espace.”

[...] Maar konden zijn zangen Woensdagavond, bij 'n eerste auditie, ons niet uit die zekere koele waardeering halen, die men voor het bijzonder “interessante” gevoelt, de liederen die mevrouw Noordewier gisteravond heeft voorgedragen voerden ons in andere, hoogere stemming op. Deze liederen (Brentano's Spinnerin, Perk's Zij sluimert, Van Deyssel's Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen) heeft ieder, die ze door de uitgaaf voor zang met piano leerde kennen, reeds bewonderd. Bewonderd in de eigene muziektaal, die elke nuance der dichterlijke stemming met in de fijnste toonschakeeringen uitbeeldende expressies ons doet voelen. Hoeveel dieper nog is de zinrijke klavier-partij geworden in de stemmen der strijk- en blaasinstrumenten! Ik weet niet wat mij meer geboeid en getroffen heeft, de zangstem of die van het orkest: zij wa­ren één, de kleuren, klanken, woorden vloeiden samen tot één tonendicht van zacht-droeve, weemoedsvolle stemming. [...] Een der liederen is opgedragen aan haar die voor de kunst van onzen genialen stadgenoot met imponeerende geestdrift optreedt; een ander aan Mengelberg, die waarlijk in die toewijding bij mevrouw Noordewier niet achter staat. Wat zijn orkest giste­ren gedaan heeft, stond onvergelijkelijk hoog, zoowel wat de begeleiding door de kleine groepen betreft en het obligaatspel van enkele artiesten (ik denk met veel ingenomenheid o.a. aan de klarinet in Mozart's Larghetto, aan de trompet in een der Handel-aria's, door mevrouw Noordewier prachtig voorgedragen, aan den hoorn in het Lied der Spinnerin), als het orkestspel in zijn geheel: Pastoraal-symfonie van Beethoven! [...] Onschatbare avonden in het Concertgebouw, met mevrouw Noordewier en Diepenbrock, met Mengelberg en het Amsterdamsen orkest!

Algemeen Handelsblad (S.Z. [= W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 23 november 1906

pdf All reviews for RC 75 Lied der Spinnerin (“Es sang vor langen Jahren”)