english | nederlands

RC 119 Ecce quomodo moritur

text source

Liber usualis, pp. 767 and 769

first performance

1913-12-10 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw

dedicatees

recordings

  • Anniversary Edition 7 Et'cetera KTC 1435 CD7

publications

  • Ecce quomodo moritur
  • Ecce quomodo moritur Bank, Annie 31992600
  • Ecce quomodo moritur (reprint) Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 27755240

  • Ecce quomodo moritur
  • mannenkoor a cappella
  • 1913-10-27 00:00:00.0
  • duration 6:20

Te midden van allerlei besognes schreef Alphons Diepenbrock eind oktober 1913 aan Johanna Raphael-Jongkindt: Heb van de week ook nog een mannenkoor gemaakt dat ik aan een dirigent eener liedertafel had beloofd. (BD VIII:262) Hij refereert hier aan Ecce quomodo moritur, dat hij componeerde op 27 oktober. Het stuk werd op 10 december van dat jaar uitgevoerd tijdens een concert van de Koninklijke Liedertafel Apollo ter herdenking van het 25-jarig jubileum van de directeur Fred. J. Roeske (1868-1961). …more >

Ecce quomodo moritur (incipit)


Te midden van allerlei besognes schreef Alphons Diepenbrock eind oktober 1913 aan Johanna Raphael-Jongkindt: Heb van de week ook nog een mannenkoor gemaakt dat ik aan een dirigent eener liedertafel had beloofd. (BD VIII:262) Hij refereert hier aan Ecce quomodo moritur, dat hij componeerde op 27 oktober. Het stuk werd op 10 december van dat jaar uitgevoerd tijdens een concert van de Koninklijke Liedertafel Apollo ter herdenking van het 25-jarig jubileum van de directeur Fred. J. Roeske (1868-1961).

De tekst waarop Diepenbrock zijn compositie baseerde, maant de mens dat hij de beloning voor daden van rechtvaardigheid in het hiernamaals moet verwachten, niet tijdens het aardse leven, waarin niemand aandacht schenkt aan het sterven van een rechtvaardige:

Ecce quomodo moritur vir justus, et nemo percipit corde.
Viri justi tolluntur, et nemo considerat.
A facie iniquitatis sublatus est justus, et erit in pace memoria ejus.
In pace factus est locus ejus, et in Sion habitatio ejus.

Zie hoe de rechtvaardige sterft en niemand het ter harte neemt.
De rechtvaardigen worden weggenomen en niemand slaat er acht op.
In ’t gezicht van de ongerechtigheid wordt de rechtvaardige weggenomen, en in vrede zal zijn nagedachtenis zijn.
In vrede is zijn rustplaats bereid en in Sion is zijn woning.

In de Middeleeuwen hebben deze verzen – zonder het woord “vir” (= man) in de eerste zin – in sommige kerkelijke centra één geheel gevormd,1 maar in de rooms-katholieke liturgie zijn ze verdeeld over het drieregelige responsorium Ecce quomodo moritur justus dat gezongen wordt na de zesde lezing tijdens de tweede nocturne van Stille Zaterdag2 en een eenregelig antifoon van de derde nocturne (zie het Liber usualis, p. 767 en 769). Het woord “justus” (= rechtvaardige) is grammaticaal gezien onbepaald en kan Christus of een gestorven gelovige aanduiden. De combinatie “vir justus”, die in geen oudere bron te vinden is, is vermoedelijk aan Diepenbrock zelf toe te schrijven.3 Het zou een subtiele verwijzing kunnen zijn naar zijn vriend W.G. (Gijs) Hondius van den Broek, die op 12 september 1913 zelfmoord had gepleegd. In dat geval is Diepenbrocks Ecce quomodo moritur op te vatten als een muzikaal In memoriam.

Intens maar sober

In zijn compositie gaat Diepenbrock vrij om met de volgorde van de tekst en laat het responsoriale karakter los. Zo wordt de aanhef (m. 1-9) niet aan het slot herhaald, maar verschijnt al vanaf m. 20 opnieuw, een halve toon hoger in B-groot en met twee maten ingekort. Door dit teruggrijpen op het trage Maestoso van het begin onderbreekt Diepenbrock een più mosso-gedeelte. De melodische contour van het hoofdthema met zijn beperkte omvang (d–es–d–c) luidt ook het slot van het werk (m. 50-67) in.

Het werk is intens maar sober, en uitgezonderd de passages met imitatie tussen het bovenste en onderste stempaar in het snellere gedeelte volledig homofoon. Het is opgebouwd uit segmenten die wat maat en tempo betreft sterk met elkaar contrasteren en waarvan de lengte wordt bepaald door de tekst. Voor het grootste gedeelte is Ecce quomodo moritur reciterend van karakter. Maar in de passages waar de vrede in het vooruitzicht wordt gesteld waarin de nagedachtenis aan de rechtvaardige berust en het toekomstige Sion waarin hij zal wonen, is er sprake van een uitgesproken melodische stemvoering.

Na de première bracht Diepenbrock zes wijzigingen aan, zoowel in ’t belang der uitvoerenden als in mijn eigen, waarvan hij Roeske op de hoogte stelde om ze in de partituur en de partijen te laten veranderen. (BD VIII:284-285) Op 15 mei 1916 bracht Diepenbrock Ecce quomodo moritur opnieuw onder de aandacht van Roeske, omdat hij dit werk meer voor de concertzaal geschikt vond dan het Tantum ergo sacramentum (RC 53), maar tot een heruitvoering tijdens het leven van de componist is het niet gekomen.

Robert Spannenberg

1 Dit toont tenminste één Engelse bron aan, zie Antiphonaire monastique, XIIIe siècle, codex F. 160 de la Bibliothèque de la Cathédrale de Worcester = Paléographie Musicale I/12 (Bern: H. Lang 1971; reprint of Tournai 1922-edition).

2 Tomás Luis de Victoria, Carlo Gesualdo en vele anderen hanteren deze tekst in hun composities voor Sabbato Sancto.

3 De combinatie komt verder alleen voor in A. Huizinga, Woorden en gedachten: elfduizend uitdrukkingen, spreekwoorden en citaten (Zutphen: W.J. Thieme 1950), p. 88: “Ecce quomodo moritur vir justus et nemo percipit corde. Zie hoe een rechtvaardig mens sterft en niemand gaat het ter harte. Woorden uit een oud kerkelijk lied.”

 



Ecce quomodo moritur vir justus, et nemo percipit corde.
Viri justi tolluntur, et nemo considerat.
A facie iniquitatis sublatus est justus, et erit in pace memoria ejus.
In pace factus est locus ejus, et in Sion habitatio ejus.


Behold how the righteous man dies, and no one understands.
Righteous men are taken away, and no one considers.
The righteous man has been taken away from present iniquity, and his memory shall be in peace.
In peace is his place, and in Sion is his homestead.


  • B-10(3) Ecce quomodo moritur

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7

    B-10(3) dated on the first page 27 Oct. 1913

    • 1913-10-27 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 7
  • A-81(5) Ecce quomodo moritur

    semi-autograph A-81(5) dated and with dedication on the first page (27 Octob 1913) opgedragen aan den Heer Fred. J. Roeske

    • 1913-10-27 00:00:00.0
    • dedication: opgedragen aan den Heer Fred. J. Roeske
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 7

    cd Et'cetera KTC 1435 CD7
    Nederlands Kamerkoor ♦ Stok, Klaas ♦ Gronostay, Uwe ♦ Vocaal Ensemble Markant ♦ Haenchen, Hartmut ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Antunes, Celso ♦ Quink Vocaal Ensemble

    Tracks: #1 = RC 7; #2 = RC 36; #3 = RC 85; #4 = RC 86; #5 = RC 87; #6 = RC 38; #7 = RC 56; #8 = RC 63; #9 = RC 28; #10 = RC 5; #11 = RC 34; #12 = RC 35; #13 = RC 119; #14 = RC 57

  • Ecce quomodo moritur

    1934
  • Ecce quomodo moritur

    1984 Bank, Annie
  • Ecce quomodo moritur (reprint)

    1977 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds

10 dec 1913: Uitvoering van Ecce quomodo moritur in het Concertgebouw te Amsterdam door de liedertafel “Apollo” ter herdenking van het 25-jarig jubileum van de directeur Fred. J. Roeske. Voorts o.a. koorwerken van Roeske en van Milligen, instrumentale soli door de violiste Henriette Metz, liederen door Dina Diependaal; pianobegeleiding Willem L. Doortmont jr.

Zoo ik goed verstaan heb stond Ecce quomodo moritur [vir] justus, van Diepenbrock, op het programma ter herinnering aan de overleden voorzitter [van “Apollo”]. “Apollo” heeft niettemin gezongen met een warmte en toewijding als nooit te voren, te beginnen met deze compositie van Diepenbrock. Een intermezzo in het oeuvre van den meester! Een rustige falso-bordone wisselt af met een hoogst simpele melodie, imitatorisch geïntoneerd; de muziek is, behoudens eenige harmonische en melodische wendingen, van een zestiende-eeuwschen eenvoud, statigheid, rouw en expressie.

De Tijd (v.d.M. [= Matthijs Vermeulen]), 11 december 1913

Ecce, quomodo moritur, van Alphons Diepenbrock, een koorwerk, dat door oprechten ernst en vooral moeilijke, doch rijke harmonieën uitmunt.

De Telegraaf (L.v.G.[igch] Jr.), 11 december 1913

pdf All reviews for RC 119 Ecce quomodo moritur